Voor eerdere  gesprekken met gedeputeerde Wulfse en lector Willem Foorthuis, zie beneden. 

De schouders eronder, de haam om de nek

 

Met zo’n 65 actieve deelnemers was de Netwerkconferentie van het Platform Oude Riet op vrijdag 22 april meer dan geslaagd. Onder leiding van middagvoorzitter Myra Eeken Hermans begon de bijeenkomst in Hotel Aduard met een mooi lied over de Oude Riet, dat speciaal was geschreven door Tineke Algra. Plack begeleidde de bijeenkomst muzikaal en zorgde voor een ontspannen sfeer.  

 

Conferentie

'De Oude Riet in het Westerkwartier - de potentie van een beekdal'

 

Hoogtepunt van de middag was de belofte van wethouder Bert Nederveen dat hij de schouders onder de ontwikkeling van de Oude Riet wil zetten. Nico Boele, bijna veertig jaar in dienst van Staatsbosbeheer, had een ‘haam’ meegenomen (zie foto linksboven) die hij Nederveen aan het einde van de middag om de schouders hing. Want, zo had Boele al eerder verklaard (zie hieronder), het gaat nu niet langer om het bedenken van alweer nieuwe plannen en rapporten, het gaat erom dat we bestaande plannen gaan uitvoeren. Dat Nederveen belooft zich daarvoor in te zullen spannen is een prachtig resultaat van deze geanimeerde middag waarin ook veel ruimte was voor overleg en gesprek.

Een nadere verslaglegging van deze middag volgt.

‘Alle plannen liggen er: wat we nodig hebben is daadkracht, samenwerking en regie’. In gesprek met Nico Boele


Al zo’n veertig jaar lang is Nico Boele het herkenbare en vertrouwde gezicht van Staatsbosbeheer in het Westerkwartier. Hij heeft al heel wat op zijn ‘kerfstok’, bekent hij, als we zijpaden inslaan en praten over de inrichting en het gezamenlijke beheer van Curringherveld bij Kornhorn, de plaatsing van een zwerfstenen monument de Baak bij Lutjegast en de komst van de gebiedscooperatie in Noordhorn. Maar in dit gesprek gaat het om de verdere ontwikkeling van het dallandschap Oude Riet, dat eilandenrijk tussen de zandruggen in Vredewold en Langewold. Een grote landkaart ligt op de grond voor ons, zodat we overzicht houden op deze rivier met zijn vele namen, oude Ae, Oude Riet, Dwarsdiep en Matsloot.

Nico verwacht veel van het congres van 22 april. Alle plannen en voorstellen liggen er, het schort nog aan regie, aan daadkracht en samenwerking. Nico licht zijn ideeën toe, alleen af en toe onderbroken door de haan in zijn zonovergoten tuin.

Met een blik op de kaart : ‘De Oude Riet is een beekdallandschap met een herkenbare boven-, midden- en benedenloop. Het is een zinkput, die water uit de hele omgeving opneemt. In de jaren ’50 is dit gebied door de werkverschaffing op de schop genomen met de bedoeling de landbouw hier mogelijk te maken. Maar ook na die DUW operatie (Dienst Uitvoering Werken) bleef dit ‘apenland’, waar je op vier poten van pol naar pol moet springen. Het paard zakt er weg, de koe geeft geen melk, de geit wordt gallig en een hokkeling wil er niet groeien! Een veldnaam in dit gebied luidt: ‘Bloedschijter’. Dat is omdat er veel giftige holpijp in het hooi zat waarvan de dieren ziek worden.

Marumerlage

We kregen als Staatsbosbeheer een kans hier iets te gaan doen toen de Kaderrichtlijn Water in werking trad. Europa dwong de waterschappen de waterkwaliteit te verbeteren. Wij keurden het eerste plan van de waterschappen af, omdat natuurherstel daarin ontbrak. Daarna kozen we samen voor een systeemaanpak. Hier moest een natuurlijke waterzuivering komen in combinatie met een volwaardig natuurgebied. In het ondiepe grasland moesten snoek en wind weer kuit kunnen schieten, met een vistrap in de bovenloop van de Oude Riet zouden we het gebied toegankelijker maken.

(Foto hiernaast: zicht op de kerk van Marum vanaf de Marumerlage)

We hadden er eerst alleen wat kavels in bezit, die we soms botanisch inrichtten ofwel zo vriendelijk mogelijk voor weidevogels. Maar later gingen we meer in eenheden denken, bijv. hydrologische eenheden. In dit gebied komt veel kwel omhoog, regenwater dat elders inzijgt en er dan zo’n 3000 jaar over doet om weer bovengronds te komen. Dat grondwater heeft een andere samenstelling, er zitten veel mineralen in, zoals ijzer. Dat zie je als een filmlaagje op het water in natuurgebieden, ook wel in sloten. Waar veel kwelwater is, vind je ook veel dotterbloemen en orchideeën. Als je de waterstand relatief hoog laat, dan blijft ook het veen intact, ontsnapt geen co2 en vindt geen klink plaats. Laat je dat na, dan krijg je op den duur grote problemen met bodemdaling. Verder bindt het ijzer in het grondwater de fosfaten aan de bodem.

Ooit liep het diepje min of meer waar nu de A7 ligt. De ‘Scheiding’, dus de Fries-Groningse grens, is ook een waterscheiding. Vanuit dit wat hoger gelegen gebied rond Trimunt stroomt het water via het Koningsdiep Friesland in of via Lauwers en Oude Riet naar het Noorden respectievelijk Oosten. De Oude Riet ving water op uit de veengebieden, maar de rivier werd in de loop van de jaren sterk gekanaliseerd. Je kunt dat op de kaart ook goed zien. Het water is een combinatie van veen-, regen- en grondwater. Verderop ligt nog altijd de inversierug, die begint zo bij Bakkerom, Dijkweg en Redensdijk waar nu net nieuwe dijkjes zijn aangelegd voor waterberging.

De Marumerlage is klaar (bovenloop), nu is Prolander in opdracht van Provincie en Waterschap met planvorming voor de middenloop bezig, dus het Dwarsdiep. We wilden hier meanders terug graven maar zijn nu aan het rekenen, kan dat wel? Er is zo weinig hoogteverschil dat er nauwelijks stroming is. Meanders kunnen dan snel verlanden. Dat kan eigenlijk niet want dit gebied moet het water uit veel gebieden opvangen. We moeten hier dus wel een concessie doen. We willen de kwel maximaal tillen; die is hier 3mm per dag, dat is op jaarbasis méér dan het regent in dit gebied, liefst 2x zoveel. Voor beheer is dat lastig, want je kunt het gebied nauwelijks in. Maar als dat systeem in orde is, kan je het maaien best een keer overslaan. De grondaankoop is nog niet afgerond. En daar ligt het Wolddiep – wijst op kaart -, gegraven rond 1300 om het water een uitweg naar het noorden te geven. Dat was toen nodig omdat de Oude Riet toen verlandde.

Klei en veen, zoet en zout

Als ik de kaart nu zo voor me zie, dan denk ik dat in Nederland maar weinig systemen te vinden zijn waar veenwater door een landschap stroomt dat is gevormd in het voorlaatste ijstijd en dan stuit op een inversierug van het oude kleilandschap. Ik zou niet weten waar elders zo’n systeem is van waterafvoer en -aanvoer dat op deze schaal zó divers is in kwaliteit en landschapstype. En ik vind het nog steeds een gemiste kans, dat we als werkgroep Marumerlage er onvoldoende in slaagden de gemeenteraden en burgemeesters, net voor de gemeentelijke herindeling, ervan te overtuigen dat deze rivier, dit vraagteken in het landschap, dé verbinding vormde tussen noordelijk en zuidelijk Westerkwartier. We hadden de vier burgemeesters op een vlot moeten zetten en het Westerkwartier door moeten duwen. Dat is niet opgepakt, de rivier had het logo van de nieuwe gemeente moeten zijn.

Nu is het de uitdaging voor het Platform Oude Riet - en hopelijk komt het congres een stap verder -, dat we dat hele gebied als eenheid gaan zien, en dat we in het Dwarsdiepgedeelte met dat kwelwater natuurdoelstellingen kunnen maximaliseren. Dat is de doelstelling. Voorbij Boerakker wordt al veel geboerd en is er minder mogelijk. Maar rond het Dwarsdiep zou een integraal plan moeten komen, wat is onze toekomst? We mogen niet meer zo sectoraal denken, die botsen telkens met andere plannen. Er moet meer regie komen. Hoe maken we een integraal plan waarin we alle opgaven die op ons afkomen integreren? Ik maak me ook ernstig zorgen over de kwaliteit van de houtsingels. Boeren moeten natuurlijk een boterham verdienen. Ze klagen dat ze straks niets meer mogen, maar het ligt anders: straks moeten ze veel meer! Er moet dus meer regie komen. Ik denk dat we aan de vooravond staan dat we de neuzen dezelfde kant op hebben staan, ook met de landbouw .. ook met het LTO want dat maakt zich nu ook zorgen om houtsingels en landschap, dat draagvlak is er wel. Laten we nou al die plannen in elkaar schuiven, dat kan.

red: Wie moet dat doen? Gemeente, provincie?

Dat moeten we samen doen, maar iedereen schiet vaak in categoraal denken. Veel plannen liggen er al, zijn klaar. We zijn ook regio voor natuurinclusieve landbouw, dat is de toekomst, want als de boer hier mee moet concurreren met wereldprijzen en /opbrengsten, dan is het landschap hier veel te kleinschalig. De landbouw moet natuurinclusief, daar zijn genoeg denkers voor. Collectief West is sterk subsidiegericht, maar staat ook in de stand van coöperatief meedenken. Doeners en denkers hebben we, het komt dus aan op regie. Neem de waterberging in de Drie Polders (boven de snelweg ter hoogte van Lettelbert/Leek), daar werd een geweldige organisatie opgetuigd door de waterschappen met de provincie als portefeuillehouder voor natuur. Gedeputeerde Henk Staghouwer zei, nou is het klaar, we gaan het doen, die berging van water en bevordering van natuur. Toen hebben ze een groot plan en programma gemaakt (natuurafronding en waterberging), maar eigenlijk zijn ze vergeten om integraal te denken, ze zijn recreatie vergeten. Er komt nu een klein wandelpaadje … dat wordt er in gefrommeld. Dat is jammer.

Nu komt de test bij het Dwarsdiep, we moeten het integraal doen, zelfde verhaal, regie, integraliteit, niet iedereen kan zijn zin krijgen. Alles gewogen, dan gaan we het zo doen. 

Emotioneel eigendom

In het Westerkwartier moet je samenwerken. Weerstand ligt om de hoek. De afgelopen veertig jaar heb ik dat geleerd. Mensen vinden ons snel elitair. Je moet onderscheid maken tussen emotioneel en juridisch eigendom. Voor draagvlak is het nodig dat je herkent dat mensen uit de omgeving mede-eigenaren zijn, niet juridisch maar emotioneel. Daarom past de coöperatiegedachte zo goed in deze streek. Wist je dat het begrip ´Mienscheer´ - langs de A7 bij Marum en bij Lettelbert, je - verwijst naar gezamenlijk beheer van weiden waar boeren hun jongvee konden ´inscharen´? Herken het belang van omwonenden, erken het en wees regisseur met en voor anderen. 

foto hiernaast - waterberging Polder de Dijken in februari '22 in gebruik

In zo’n samenwerking zit de enige toekomst van dit gebied. Mensen moeten zichzelf en hun verhaal herkennen. Ik heb in mijn loopbaan soms bewust gekozen tegen de directe belangen van Staatsbosbeheer en voor de belangen van andere belanghebbenden.

Na ons gesprek neemt Nico me even mee naar de tuin achter het huis een eindje buiten Doezum. Achterin snellen drie bruine (ijzeren) pijen langs het hek, het zijn monniken uit Trimunt. Een heideveldje illustreert hoe deze arme streek van turfstekers en anarchisten er een eeuw geleden uitzag. Een paar honderd meter verderop ligt een herdenkingssteen van de moord op vier veldwachters door IJje Wijkstra in 1929. Aan de weg staat een prachtig klein bibliotheekje waar mensen boeken kunnen meenemen of terugzetten.


De foto is gemaakt op 4/12/2019 door Erik Slot

‘Net poëzie’ - gedeputeerde Wulfse en het Westerkwartier


Provinciaal gedeputeerde Mirjam Wulfse heeft wel wat met het Westerkwartier, zo blijkt als we met haar in gesprek gaan. Ze is dan ook gebiedsgedeputeerde voor onze regio en weet nog goed waarom ze voor dit deel van de provincie koos: het landschap is er net ‘poëzie’. Wulfse prijst het Platform Oude Riet voor haar pogingen om de invulling en de beleefbaarheid van dit gebied mee vorm te geven.

We spreken haar op donderdag 17 november op haar werkkamer op het Provinciehuis. Ze draagt bewust de speld met de verbeelding van de loop van de Oude Riet tussen Trimunt en Reitdiep. Ze kocht de fibula ‘omdat ik die zo mooi vond’ bij de tentoonstelling ‘Langs de oevers van de Oude Riet’, die in 2020 in het Wierdenmuseum Ezinge te zien was. 

Hoe kijkt ze aan tegen het Westerkwartier en de mogelijkheden van Rivierdal de Oude Riet? En wat kan de provincie bijdragen? Koos Vos en Joost Eskes vroegen het haar.

Geborgenheid

‘Waarom ik het Westerkwartier zo mooi vind? Ik kom zelf uit Zuid-Nederland en ben gewend in een kleiner landschap op te groeien, in het bos. Dat geeft een soort geborgenheid. Datzelfde zie ik in het Westerkwartier. Het landschap is er eigenlijk … poëzie. Dat zeg ik als gevoelsmens. Andere delen van Groningen zijn anders mooi, maar ik vind het kleinschalige van West-Groningen nu juist mooi. Wat ik ook aantrekkelijk vind, is de sterke samenwerking en saamhorigheid in het Westerkwartier en het ondernemerschap. Het vertrouwen in eigen kracht is een ander element dat ik waardeer. Misschien dat dat kleinschalige van het landschap wel doorwerkt in dat eigene van jullie gebied.

Portefeuille

Mirjam Wulfse, gedeputeerde voor de VVD in Gedeputeerde Staten heeft als portefeuille ruimtelijke ordening, vrijetijdseconomie, kunst en cultuur, digitalisering, de samenwerking in de regio Groningen Assen, gebiedsontwikkeling. Daarnaast is ze gebiedsgedeputeerde voor het Westerkwartier, ofwel contactpersoon voor het gemeentebestuur, ook op eigen verzoek. 

En daarom is wat jullie van het Platform doen ook zo belangrijk, omdat je daarmee dat Westerkwartierse DNA versterkt. Dat is echt en authentiek, iets waar ik heilig in geloof. Omdat ik nog al eens verhuisd ben in mijn leven heb ik dat zelf ook ervaren. Waarom, denk ik dan, voel ik me hier ineens zo thuis? Je draagt misschien het landschap van je jeugd wel met je mee. Intussen woon ik alweer sinds 1983 in Groningen en ben dus Groninger geworden en ik wil hier ook blijven. Maar ik hecht nog altijd aan geborgenheid en warmte van een kleinschalig landschap’. 

‘Bouwen’

‘Heel lang werd er weinig gedaan aan toerismebevordering in Groningen. Toch is het een kansrijke sector. Daarom is het nodig om een tandje op te schakelen. We moeten dus ‘bouwen’, want er is veel werkgelegenheid mee gemoeid. Dat is wat we als provinciebestuur doen. Werken aan het potentieel van onze provincie. Dat geldt natuurlijk ook voor het Westerkwartier. Ik ben ervan overtuigd dat het Groningse DNA interessant is voor bezoekers van elders. Dat eigene zie ik niet alleen in de fysieke ruimte in de provincie, maar ook in de ruimte voor initiatieven! Daarnaast herken ik een zekere pioniersgeest en het eigen karakter van de Groninger. Dat is belangrijk, want toeristen zijn altijd op zoek naar iets specifieks, iets dat ze elders niet aantreffen. Of dat nu in Italië is of Oost-Groningen. Je wilt graag ontdekker zijn. Iets proeven van, dit is het echte leven. Per regio ligt dat weer anders. Daar richten we ons op als provincie, op dat eigen, regionale karakter.

Overigens, grootschalig toerisme is zeker niet de bedoeling, we willen juist naar kleinschalig toerisme rond de goede thema’s, dus onderwerpen waar we bezoekers mee trekken die we graag zien komen. Dat kunnen orgels van Hinsz of Schnitger zijn, de middeleeuwse kerkjes of de oudste landschappen (Middag-Humsterland). Dat trekt diverse groepen die we graag willen ontvangen. 

We hanteren daarbij drie met elkaar samenhangende doelen. Ten eerste, we zetten in op een sterkere koppeling van het toeristisch-recreatieve aanbod aan het Groningse DNA. Ten tweede, we willen toeristisch ondernemerschap bevorderen, ook in het Westerkwartier, zodat er een prachtig en divers aanbod voor bezoekers komt te liggen. Derde doel: we zetten in op groei van de werkgelegenheid in de vrijetijdseconomie. Het is heel goed dat rond het thema Oude Riet een platform is ontstaan. Het is ook belangrijk om ondernemers daarbij te betrekken. 

Zij zijn verantwoordelijk voor gebiedsspecifieke arrangementen. Maak dus pakketten die interessant zijn voor specifieke doelgroepen. Zo moeten we Groningen gezamenlijk op de kaart zetten.

Onze provinciale rol is er een van de lange termijn, in aanvulling op de gemeenten. De provincie kan vooral stimuleren, zo hebben we flink geïnvesteerd in de organisatie Marketing Groningen die we nu meerjarig steunen. We hebben ze de opdracht gegeven om te bouwen aan het merk Groningen. Dat kan bijvoorbeeld door de samenwerking tussen de regio’s te versterken, want tot nu toe werken de marketingbureaus per streek nog teveel op zichzelf, net als de VVV’ s vroeger. Dat is gelukt, dat nauwer optrekken begint volgend jaar. Dat loopt onder andere via de aloude campagneslogan ‘Er gaat niets boven Groningen’, onder de vlag van 'Visit Groningen'. Er is zelfs een speciale letter: de Gronika.  

Toeristen zoeken leuke bestemmingen digitaal, bijvoorbeeld via de site van Marketing Groningen. Daar creëren alle regio’s hun eigen pagina’s voor hun specifieke aanbod. https://www.visitgroningen.nl/nl Eten, drinken, slapen, logeren, landschap, cultuur en wat kan ik met mijn kinderen doen: dat zijn belangrijke criteria voor mensen. Zo moeten we dus ook het aanbod structureren’.

Beekdalen

‘Zeker willen we ook inzetten op waterrecreatie, want er liggen allerlei kansen in Groningen. We werken wel aan waterplannen, van de maren tot aan de grote vaart, dus van vaarrecreatie tot beroepsvaart. Maar aan grote plannen komen we nog niet toe, het is werk voor de langere termijn. Zoveel middelen hebben we niet om alles tegelijk te realiseren. Gemeente Westerkwartier heeft op dit punt van water mooie plannen. Voor de korte termijn is vooral het Nationale Programma Groningen (NPG) belangrijk, daarnaast is ook Toukomst van belang. Dat is door inwoners gemaakt. We hebben 900 ideeën geclusterd naar 52 deelprojecten. Daarin zitten ook veel ideeën voor beekdalen, loopjes, rijksvaarwegen, etc. Als provincie zijn we er actief bij betrokken, dat past in het NPG.

Overigens vind ik het belangrijk om integraal te werken om versnippering tegen te gaan. Combineer landschap, cultuur, toerisme, natuur en klimaatadaptatie bij ontwikkelingen. Zo´n meerjarig programma is nodig, ook uit ruimtegebrek. Voor de zone waarin de Oude Riet stroomt denk ik vooral aan het combineren van natuur, klimaat, toerisme en waterberging’.

Groot denken

‘Daarnaast ben ik van de grote lijn. Zie de tentoonstelling Sponsland, daar worden jullie vast ook blij van, ik wel in elk geval. Ik ben minder van allemaal kleine dingen, ik denk eerst groot na, de fundamenten, een grote opgave, daarna landen de kleine dingen … veel gemeentebesturen willen allerlei losstaande leuke projecten doen, maar ik denk dat dat nu niet meer kan, in deze tijd. We moeten dingen aan elkaar verbinden’.

Koos Vos, Joost Eskes  

 

Oudere artikelen 

De laagveengordel Groeningen en rechts Willem Foorthuis op het perron van het station Kropswolde

‘Zie de Oude Riet als deel van
de laagveengordel Groeningen!’ 

‘Ik vind dat je de Oude Riet moet zien als deel van een geheel. Bijv. van  die hele laagveengordel Groeningen rond de stad, of eigenlijk van een nog veel groter voormalig veengebied dat vergelijkbare problemen en kansen heeft. Marumerlage is er een prachtig voorbeeld van. Laten we daar een IWP openen, jongeren naar toe brengen om innovatie te vergroten. Denk na over toeristische kansen, zoals lange afstandsroutes door dit gebied. Ontwikkel die met lokale ondernemers. Het zou zo mooi zijn als er wat minder geschreven werd over wat er allemaal mogelijk is en wat meer opgepakt en ondernomen. In het toerisme is er behoefte aan programma’s, waardoor jongeren naar het Westerkwartier willen komen. Stadsjongeren kennen het gebied niet, ze komen er nooit, je moet dus programmeren voor hen. Bied iets aan wat hen aantrekt! Afstandspaden van spoor naar spoor, zoals het Pieterpad. Denk aan doelgroepen en programma’s, arrangementen en laat dat uitvoeren door ondernemende types.’ 

In gesprek met Willem Foorthuis, lector duurzaam coöperatief ondernemen van de Hanzehogeschool 

Een IWP kun je zien als bemiddelaar tussen de enorme onderwijssector in de stad Groningen en de bedrijvigheid in de Ommelanden. Willem: ‘Ik maak me zorgen om het midden- en kleinbedrijf in de provincie en om de kwaliteit van het landschap. Ik zie in de Ommelanden zo’n 65.000 kleine bedrijfjes met nauwelijks innovatief vermogen. In deze provincie draait alles om de stad. In Groningen is er juist een enorm potentieel aan vernieuwers en innovatie. Iets daarvan wil ik overdragen aan de bedrijven in de regio. Dat doen we met deze innovatiewerkplaatsen (IWP’s), waar studenten opdrachten uitvoeren voor bedrijven en samenwerken met de overheid. Jong en oud bij elkaar brengen, school en bedrijfsleven, een goede begeleiding leveren, dat samen is een prachtige en krachtige combinatie’.

Archipel

Willem is een van de initiatiefnemers van Groeningen, een archipel van plasdras gebieden rond de Stad Groningen, van Slochteren aan de oostkant, het Zuidlaardermeer aan de zuidkant, de Onlanden ten zuiden van de A7 & de Oude Riet in het Westerkwartier. Met deze veengordel gaat het niet goed, de bodem degradeert. Probleem is dat als de grondwaterstand te laag is, het veen oxideert zodat er veel CO 2 uitstoot plaats vindt. Er is een bodemerosie van ongekende omvang gaande, over honderd jaar is de bodem 1 meter gezakt.

‘Mijn kleinkinderen hebben geen toekomst in het veenweidegebied’, zegt Willem stellig. Maar je kunt hier ook water bergen, CO2 opslaan en daar bedrijfsmodellen bij ontwerpen, die ondernemers goed zaken laten doen.

‘Dat betekent dat we een andere landbouw nodig hebben. Help boeren om aan de slag te blijven, ook nu de bodem in de veenweidegebieden natter moet worden om totale verdroging te voorkomen. Denk eens na over ‘waterboerderijen’ in het plasdrasgebied, zoals in Rotterdam. Innovatiewerkplaatsen kunnen bijdragen aan vernieuwing en aanpassing. Creëer nieuwe bedrijvigheid voor ondernemers, help jongeren bedrijven op te starten.

1000 studenten 

Het is nodig om anders om te gaan met de grond op basis van de draagkracht van de bodem. Het platteland is, zegt Willem, één groot grasveld geworden. Van de natuurlijke variatie is veel verdwenen. In het verleden was er een intensieve begeleiding van de boeren bij hun productieproces. Die kennisoverdracht naar de landbouwsector werd, zo vertelt Willem, rond 1975 afgeroomd, de boeren moesten het zelf maar verzinnen. ‘Met de Innovatiewerkplaatsen proberen we daar iets aan te doen. Alleen is de problematiek nu wel veel groter dan indertijd, ze betref veel meer terreinen. Via de gebiedscooperatie zetten we dus zo’n 1000 studenten in die helpen bij het innoveren’.

 

Joost Eskes en Koos Vos spraken op 7 maart met Willem Foorthuis

Meer informatie over Groeningen, https://groeningen.nu/)

De laagveengordel ten zuidoosten van de Stad Groningen - hier de Kropswolderbuitenpolder